Categorie: Nieuws

  • De bijgewerkte IG-standaardformuleringen voor vrijwaringsbrieven (LOI)

    De bijgewerkte IG-standaardformuleringen voor vrijwaringsbrieven (LOI)

    Als reactie op de veranderende dynamiek van de scheepvaartindustrie heeft de Internationale groep van P&I Clubs (IG) de LOI-formuleringen, die voor het laatst werden bijgewerkt in 2010, zorgvuldig herzien. Ondanks de bekende risico’s voor het gebruik van LOI’s, worden ze nog steeds veel gebruikt in onze sector.

    Op basis van waardevolle inzichten van vertegenwoordigers van bevrachters en eigenaren zijn met begeleiding van het instituut BIMCO deze herziene formulieren nu uitgebracht. Deze kunnen nu worden gedownload via de onderstaande links en zijn tevens terug te vinden op de website van NNPC. Bovendien raden we u aan om de toelichting te lezen, waarin de afzonderlijke wijzigingen aandachtig worden besproken.

    In de bijgewerkte formuleringen is een prominentere waarschuwing opgenomen, die onze leden herinnert aan de mogelijke gevolgen voor de P&I-dekking. Zoals altijd raden we onze leden – die LOI’s accepteren – ten zeerste aan om zorgvuldig te werk te gaan bij het beoordelen van de financiële draagkracht van elke tegenpartij die betrokken is bij een Letter of Indemnity.

    Blijf op de hoogte van de laatste door de IG aanbevolen LOI-formuleringen en beheer uw risico’s proactief in het steeds veranderende scheepvaartlandschap. Als u vragen heeft over het gebruik van LOI of hulp nodig hebt, kunt u altijd contact met ons opnemen via claims@nnpc.nl.

    Downloads:

  • Vervoer van Palm Kernel Shells

    Vervoer van Palm Kernel Shells

    De afgelopen maanden heeft NNPC een aantal keer geassisteerd bij problemen bij het vervoer van Palm Kernel Shells (PKS). PKS is een natuurlijk bijproduct van de verwerking van palmolie en komt nog niet voor in de IMSBC-code en moeten dus vervoerd worden conform lid 1.3 van de code. De lading heeft een risico op zelfverwarming maar is vooralsnog niet opgenomen in groep B.

    In de meeste gevallen wordt bij belading een vochtgehalte gemeld tussen de 20% en 25% ligt. In de praktijk liggen de werkelijke vochtgehaltes vaak hoger. Als de lading overmatig vocht bevat is het risico hoger dat de lading van zichzelf verhit. In sommige gevallen werden tijdens het laden al temperaturen van meer dan 70°C gemeten, wat een ernstig risico vormt voor de bemanning tijdens het laden en de reis.

    Wij adviseren om ruim op tijd de ladingspecificatie en certificaten op te vragen, in het bijzonder de “Shippers Declaration” waarin de kenmerken van de lading en de vereiste voorwaarden voor het vervoer zijn vermeld. Vaak worden deze certificaten niet beschikbaar gesteld met als reden dat de lading als “ongevaarlijk” wordt aangemerkt.

    De BIMCO heeft een aantal aanbevelingen gepubliceerd voor het vervoer van PKS. Deze zijn te vinden op:
    https://www.bimco.org/news/cargo/20170207_palm_kernel_shells en omvatten de volgende veiligheidsmaatregelen:

    • Vraag de ladinginformatie op zoals vermeld in lid 1.3 van de IMSBC Code.
    • Controleer de oppervlaktetemperatuur van de lading. Deze mag bij belading niet hoger zijn dan 55°C en het vochtgehalte niet hoger dan 11%.
    • Meet en registreer het methaan-, zuurstof- en koolmonoxideniveau tijdens de reis met een gasmeter die werkt op infrarood of thermische metingen. Katalytische sensoren werken niet goed als de zuurstofconcentratie lager is dan 10%.
    • Ventileer de laadruimten als het methaangehalte hoger is dan 1% van het volume van 20% LEL.
    • Ventilatie is tijdens het vervoer de belangrijkste preventie maatregel. Als het methaanniveau stijgt ondanks goede ventilatie adviseren wij meteen advies in te winnen.
    • Aan dek mag niet worden gerookt, gelast of gebruik worden gemaakt van enige vorm van open vuur.
    • De bemanning dient de ruimen voor zo ver mogelijk te vermijden en alleen te betreden als de nodige voorzorgsmaatregelen zijn genomen en toestemming is verleend voor het betreden van de ruimen.
    • Gebruik water en/of CO2 in het geval van een brand in het ruim. Hou er rekening mee dat methaan kan ophopen met brand gevaar als gevolg.

    Als er specifieke vragen zijn, nodigen we onze leden uit om contact op te nemen met NNPC via claims@nnpc.nl.

  • Ladingtekort in Marokkaanse en Algerijnse havens

    Ladingtekort in Marokkaanse en Algerijnse havens

    De afgelopen maanden zien wij voornamelijk in Noord-Afrikaanse havens en een aantal Europese havens (vooral het VK en Spanje) een toename van het aantal tekortclaims, met name bij droge bulkladingen en meer in het bijzonder bij poeder- of korrelvormige ladingen en/of granen.

    De tekortclaims die recent werden ingediend zijn in overgrote meerderheid gebaseerd op een discrepantie tussen de metingen van de weegbrug aan wal enerzijds en anderzijds het resultaat voortgekomen uit de diepgangmetingen van het schip in de laad dan wel loshaven. Wij zien in het bijzonder dat tekortclaims worden ingesteld wanneer het verschil aanzienlijk is (i.e. meer dan 0,5%-1%). Hoewel er geen juridische hiërarchie is tussen beide weegmethodes, merken wij op dat rechtbanken in rechtsgebieden zoals Marokko of Algerije geneigd zijn om meer waarde te hechten aan resultaten van weegbruggen aan de wal omdat weegbrugweegschalen aan de wal in deze jurisdicties betrouwbaarder worden geacht (in het bijzonder wanneer weegbrugbriefjes en kalibratiecertificaten worden overlegd).

    Om zoveel als mogelijk tekortclaims te voorkomen, raden we onze leden daarom aan om de volgende preventieve maatregelen te nemen bij het vervoer van bulkladingen:

    • Voer een diepgangmeting uit in zowel de laad- als loshaven en verstrek een kopie daarvan aan verladers /ontvangers. De diepgangmetingen dienen bij voorkeur te worden uitgevoerd in aanwezigheid van verladers /ontvangers. De kapitein dient, indien nodig, een formeel protest uit te geven waarin wordt geprotesteerd tegen verschil in gewicht dat door weegschalen op de wal wordt geregistreerd.
    • Voer een luikverzegeling uit in de laadhaven en laat het schip hiervan een formele rapportage bijhouden (evenals van het verbreken van de verzegeling in de loshaven). Het is aan te bevelen om foto’s te nemen van de ruimen voor, tijdens en na het laden en lossen. Hiervoor is een werkinstructie beschikbaar dat als leidraad voor de bemanning kan dienen. Deze is te vinden is op de NNPC-website via de volgende link.
    • Tijdens het lossen dient het schip nauwgezet in de gaten te houden of er tijdens de loswerkzaamheden geen lading terechtkomt op kade of op de weg. Is dit het geval dan dient dit te worden gemeld en moet er tegen worden geprotesteerd door middel van een formele protestbrief die door de kapitein wordt afgegeven.
    • Neem een clausule op in de bevrachtingsovereenkomst waarin de verantwoordelijkheid voor het laden en lossen expliciet bij ladingbelanghebbenden wordt gelegd. In de bevrachtingsovereenkomst moet ook worden vermeld dat het geladen en geloste gewicht wordt bepaald door een bindende diepgangmeting van het schip. De verscheper en ontvangers dienen te worden uitgenodigd en idealiter zijn zij gezamenlijk aanwezig bij de meting.
    • Zorg ervoor dat de “Inter-Club New York Produce Exchange Agreement” wordt opgenomen in de bevrachtingsovereenkomst zodat tekortclaims 50/50 kunnen worden verdeeld tussen eigenaren en bevrachters.
    • Wanneer een protestbrief wordt aangeboden aan het schip waarin wordt beweerd dat er een ladingtekort is, kan de kapitein ervoor kiezen deze protestbrief te ondertekenen op voorwaarde dat zijn handtekening wordt bemerkt “enkel voor ontvangst” en vergezeld gaat van de bemerking dat “alle ruimen leeg zijn en de volledige B/L-hoeveelheid gelost is “.
    • Als bepaalde havens bekend staan om steeds weerkerende tekortclaims (en mogelijkerwijze ingesteld telkens door dezelfde ladingontvanger) dan kan worden overwogen om in die havens een onafhankelijke expert aan te stellen die aanwezig is bij de ontzegeling van de luiken en bij het uitvoeren van de diepgangmeting.

    Indien leden worden aangesproken in verband met een tekortclaim, of indien zij in de loshaven een protestbrief hierover ontvangen, raden wij onze leden aan om onmiddellijk contact op te nemen met NNPC via claims@nnpc.nl

  • Nieuwe regels ballastwater Zuid-Korea

    Nieuwe regels ballastwater Zuid-Korea

    Nu Japan is begonnen met het lozen van behandeld radioactief water in de oceaan, heeft Zuid-Korea actie ondernomen om ervoor te zorgen dat dit afvalwater niet in de Koreaanse waterwegen terechtkomt. Niet alle radioactieve stoffen kunnen namelijk uit het water gefilterd worden. Dat heeft gevolgen voor schepen op deze vaarroutes!

    Vanwege de nieuwe maatregelen van Zuid-Korea moeten schepen die ballastwater hebben opgenomen in de havens van de zes prefecturen aan de oostkust van Japan (Aomori, Iwate, Fukushima, Miyagi, Ibaragi and Chiba) aan extra regelgeving voldoen.

    Japans ballastwater rapporteren
    Zo moeten alle schepen die ballastwater hebben opgedaan in één van deze gebieden 24 uur voordat ze een Koreaanse haven aandoen, het ballastwater rapportageformulier inleveren. Het vervalsen van deze gegevens kan leiden tot detenties en boetes voor het niet naleven van de Ballast Water Management Act.

    Vervolgens gelden er voor schepen die ballastwater willen lozen en schepen die dat niet willen in de Koreaanse havens verschillende regels.

    Ballastwater lozen
    Schepen die ballastwater in Koreaanse wateren willen lozen nadat ze het in één van de zes oostelijke Japanse prefecturen hebben opgedaan, dienen het water eerst buiten de Koreaanse wateren te verversen. Er zullen werknemers van het regionale Maritime Affairs and Fisheries-kantoor aan boord komen om te checken of het ballastwater inderdaad ververst is. Hiervoor nemen ze 1 liter ballastwater af en testen dit op radioactiviteit. Deze test neemt ongeveer 1 uur in beslag. Alleen als de resultaten geen radioactiviteit laten zien, mag het ververste ballastwater zoals gewoonlijk geloosd worden.

    Afzien van lozen
    Schepen die geen ballastwater willen lozen in de Koreaanse havens moeten aantonen dat er geen ballastwater is geloosd, door minimaal 1 uur van tevoren de relevante documenten aan het regionale Maritime Affairs and Fisheries-kantoor te mailen. De volgende documenten zijn hiervoor nodig:

    1. Het Ballast Water Record Book
    2. Logboek
    3. BWMS operationele gegevens
    4. Ballastwater tankcapaciteit (foto’s)

    Het kantoor zal deze documenten bekijken en ‘non-discharge’ verifiëren voordat het schip vertrekt. Het kan zijn dat er ook nog een inspectie aan boord plaatsvindt. U mag alleen vertrekken als er geverifieerd is dat er geen ballastwater is geloosd.

    Hulp nodig?
    Voor verdere assistentie kunt u contact opnemen met NNPC, wij staan u graag te woord met advies en assistentie.

  • Militaire staatsgreep in Gabon – Update

    Militaire staatsgreep in Gabon – Update

    Op 30-08-2023 vond een militaire staatsgreep plaats in Gabon, kort nadat de zittende president was herkozen.

    Lokale correspondenten melden dat hoewel de situatie in Gabon op dit moment relatief stabiel is, de landsgrenzen gesloten zijn en er een avondklok geldt sinds 30-08-2023 vanaf 19:00 uur.

    Daarbij is gemeld dat de wegen afgesloten zijn en dat de laad- en losoperaties in lokale havens stilliggen. Het lijkt er wel op dat schepen die momenteel aankomen in de havens Libreville en Owendo kunnen aanmeren.

    Aan onze leden wordt geadviseerd om contact op te nemen met de lokale agenten voordat aanlopen worden gepland in de havens van Gabon. Hierbij is het eveneens raadzaam om dagelijks updates op te vragen om de operationele- en veiligheidsrisico’s goed te kunnen inschatten.

    Voor verdere vragen over dit onderwerp kunnen leden contact opnemen met de NNPC via claims@nnpc.nl.

  • Rijzend aantal problemen met  schrootlading

    Rijzend aantal problemen met schrootlading

    De afgelopen maanden hebben de P&I Clubs een toename gezien van het aantal meldingen schrootladingen die tijdens de reis ontbranden. Deze stijging is specifiek gerelateerd aan ladingen uit verschillende havens aan de oostkust van de Verenigde Staten enerzijds en in de haven van Gent (België) anderzijds.

    Bij het laden van schroot dienen leden ervoor te zorgen dat zij op de hoogte zijn van de ladingspecificaties. “SCRAP METAL” is een specifieke benaming voor bulkladingen (BCSN) in de IMSBC-code. Het staat bekend als een Group C lading op voorwaarde dat het geen fijne metaalkrullen bevatten die bekend staan als ‘swarf’. Indien de lading daarentegen wel “swarf” bevat, zal de lading wellicht eerder onder de benaming ‘FERROUS METAL BORINGS, SHAVINGS, TURNINGS or CUTTINGS UN 2793’ valt, wat een groep B-lading van de IMSBC-code is.

    Volgens de IMSBC-code moet schroot vóór belading zo droog mogelijk worden gehouden en mag het niet in de regen worden geladen. Bij natte belading kan dit namelijk het oxidatieproces versnellen, wat kan leiden tot spontane ontbranding. Als de lading andere verontreinigingen zoals hout of vodden bevat, kan dit makkelijker tot ontbranding leiden. Ook wanneer tijdens belading water op de lading wordt gespoten (om het verspreiden van stof tegen te gaan), kan dit het risico op brand vergroten.

    We raden onze leden verder aan om waakzaam te zijn bij het laden van schrootladingen en de kapitein en bemanning te instrueren om nauwlettend te controleren op ‘swarf’ of verontreinigingen en daarbij laden in de regen te vermijden. Leden zullen er ook voor dienen voor te waken dat de temperatuur in de lading tijdens belading (en tijdens de reis) regelmatig wordt gecontroleerd. Als de temperatuur bij belading hoger is dan 55 °C, dient de kapitein zijn opdrachtgever hiervan onmiddellijk te informeren. Als de temperatuur tijdens de reis daarenboven oploopt tot 80 °C, wijst dit op een mogelijk brandgevaar en dienen ook hier onmiddellijk maatregelen worden genomen ter reducering van het brandgevaar.

    Leden dienen bovendien rekening te houden met het potentiële veiligheidsgevaar voor hun bemanning. Door oxidatie van de lading bestaat het gevaar van acuut zuurstoftekort in besloten ruimtes in het schip. Bij het betreden van dergelijke besloten ruimten dient de bemanning ervoor te zorgen dat zij beschikken over de nodige veiligheidsuitrusting (incl. ademhalingsapparatuur).

    Leden worden aangeraden om van hun bevrachters een schriftelijke verklaring te verkrijgen met de bevestiging dat de schrootlading geen ‘FERROUS METAL BORINGS, SHAVINGS, TURNINGS or CUTTINGS UN 2793’ bevat die zelfverhitting bevorderen. Deze verklaring moet, samen met de ladingspecificaties ruim voor de laaddatum worden overlegd zodat deze nog tijdig kunnen worden nagekeken door de scheepseigenaar. Het wordt leden daarbij ook aanbevolen om in bevrachtingsovereenkomsten de aansprakelijkheden tussen de partijen op een duidelijke en ondubbelzinnige manier vast te leggen en daarbij te stipuleren dat de lading correct en volledig is gedocumenteerd (met tijdige voorlegging van de nodige documenten, inclusief de schriftelijke verklaring van verscheper) en dat deze alleen in overeenstemming met IMSBC mag worden vervoerd.

    Indien leden assistentie of advies willen met betrekking tot het vervoer van deze ladingen, kunnen zij contact op te nemen met NNPC via claims@nnpc.nl

  • Interview: achter de schermen bij een P&I-inspectie

    [vc_row][vc_column width=”1/12″][/vc_column][vc_column width=”10/12″][us_image image=”11646″ size=”full”][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]Voor u het weet is het weer zover, de P&I-inspectie staat voor de deur. Wat is eigenlijk het belang hiervan? Is het een last of juist een dienst? NNPC gaat in gesprek met Walter Dekkers, directeur van Van Ameyde Marine, die deze inspecties voor de verzekeraar uitvoert.

    Walter Dekkers begon zijn loopbaan bij Van Ameyde in 1990 als technisch surveyor. Daarvoor bevoer hij echter de wereldzeeën, toen hij vers van de Hogere Zeevaartschool zeven jaar lang voor enkele rederijen in de machinekamer werkte. Onderhoud aan de motoren. Heel ander werk, maar die waardevolle ervaring nam hij mee naar zijn huidige werkgever, waar hij zich in 2006 opwerkte tot directeur.[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]

    Kunt u vertellen wat een P&I-inspectie precies inhoudt?

    ‘P&I staat voor “protection and indemnity”. Dat is een verzekering voor rederijen in geval van aansprakelijkheid. Net als bij een auto is er onderscheid tussen een aansprakelijkheidsverzekering en een casco. In de scheepsvaart is dat niet anders. Een P&I-inspectie, zoals wij die onder andere voor NNPC uitvoeren, is feitelijk een risicoanalyse. Dat wil zeggen dat we tijdens zo’n inspectie kijken of een schip goed is onderhouden en of de eigenaren ervoor hebben gezorgd dat de risico’s beperkt zijn. Deels is dat een visuele inspectie van het schip zelf, maar tegelijkertijd kijken we of de bemanning aan boord voldoet aan de eisen en of er genoeg aandacht is besteed aan training. Dat is belangrijk, want veel incidenten zijn het gevolg van menselijk falen.’[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]

    Wat komt er zoal bij een inspectie om de hoek kijken?

    ‘Allereerst volgen wij de checklist van de P&I-club die ons inschakelt, want daar zitten soms verschillen tussen. Waar wij ons met name op richten zijn de risicogebieden voor de club, de dingen die kunnen leiden tot aansprakelijkheid bij schade aan eigendom van derden. Denk bijvoorbeeld aan het niveau van de bemanning, het onderhoud van luiken waar ladingschade kan ontstaan, of er preventiemaatregelen zijn genomen om bijvoorbeeld oliemorsing te voorkomen, of de motoren in goede staat zijn… Het is een algemeen beeld van brug tot machinekamer, maar wel met een focus op zaken die door de P&I-club gedekt worden.’[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]

    Wat maakt deze inspectie anders dan die van een klassebureau of Port State Control?

    ‘Kort gezegd, de nadruk op preventie. Maar laat ik eerst wat zeggen over de andere twee. Een klassebureau, of classificatiebureau, certificeert schepen. Dat doen wij niet. Zij volgen eisen die door de IMO (Internationale Maritieme Organisatie) zijn gesteld en werken in opdracht van de vlaggenstaat waar het schip geregistreerd is. Het gaat daar heel scherp om de regelgeving en zij zitten er vanaf de nieuwbouw bovenop, keuren tekeningen goed, et cetera. Dan Port State Control. Die wippen vaak onverwachts aan boord als het schip in de haven ligt. Deze inspectie kan vrij uitgebreid zijn. Zij kijken naar de veiligheid en aspecten als de apparatuur op de brug, of de kaarten goed zijn bijgewerkt, maar ook of het klassebureau haar werk doet. En als dat niet zo is, dan dreigt er in het ergste geval detentie.’[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]

    Een heel ander accent dus.

    ‘Wij zijn gefocust op preventief handelen om risico’s te minimaliseren en daarmee schade te voorkomen, voornamelijk aan de lading, wat de meest geclaimde schade is. Zo kijken wij bijvoorbeeld naar de waterdichtheid van de luiken, of er geen vervormingen, zwarte corrosie of sporen van lekkage zijn, of bijvoorbeeld een risico op morsing tijdens het bunkeren. Daar is Van Ameyde Marine scherp op, naast de kennis en kunde van de bemanning en of de certificaten nog voldoen. En dit doen wij allemaal zodanig op tijd dat je de kans hebt om bij te sturen en verbeteren. Een reguliere inspectie duurt maximaal één dag, maar voor NNPC organiseren wij ook een kortere van vier uur, die een globale indruk geeft. Dat scheelt tijd en kosten, maar het blijft een momentopname waarbij mogelijk alleen de grotere gebreken in het oog springen. Mocht blijken dat er meer aan de hand is, dan adviseren wij alsnog een volledige inspectie.’[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]

    U helpt reders dus om problemen te voorkomen?

    ‘Wij zijn er om te assisteren. Nu zit men niet altijd te wachten op een inspectie, dat begrijpen we goed. Daarom leggen we vaak het voordeel voor de reder uit: wij komen niet aan boord om als een politie rond te lopen, absoluut niet! Een inspectie gaat altijd in goed overleg, zodat het binnen het drukke tijdschema past, en dan kijken wij niet per definitie alleen naar defecten, maar ook hoe het beter kan. Dat is onze expertise. Die observaties helpen een reder ongelukken te voorkomen en minder ladingschades te krijgen. Zou NNPC geen inspecties laten uitvoeren, dan schiet de premie omhoog omdat er meer schades komen. Op lange termijn is het dus juist voordelig. Op deze manier houdt de P&I-club zijn verzekerde vloot op orde en de premies laag.’[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]

    Zijn er nog nieuwe ontwikkelingen in uw vakgebied?

    ‘Er komen steeds meer nieuwe uitdagingen aan met betrekking tot milieueisen, nieuwe brandstoffen, cyber-risico’s, op afstand bestuurbare apparatuur op de brug of machinekamer… Onze inspecties krijgen mede daardoor meer en meer ook het karakter van een audit om te zien dat niet alleen de “hardware” in orde is, maar ook de “software”. Denk aan het beleid van de rederij aangaande de procedures, training van bemanning en het Safety Management Systeem. Om die reden evalueren wij tijdig de inspectielijst en passen die waar nodig aan.’[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”30px”][vc_column_text]

    Nog een laatste gedachte om te delen?

    ‘De P&I-inspectie is een (extra) dienstverlening vanuit NNPC om risico’s voor de reder, de bemanning, de klant, maar ook het milieu zoveel mogelijk te beperken. Meestal heeft de scheepsleiding dat zelf al zodanig onder controle dat zo’n inspectie overbodig lijkt, maar de ervaring en kennis van onze P&I-experts brengt vaak tóch zaken aan het licht. Dat betaalt zich uit. Wij komen in ons vak namelijk vaartuigen tegen waar van alles mis mee is, maar over het algemeen is NNPC een goede club met schepen zonder veel defecten. En dat komt onder andere door deze inspecties, die vormen een belangrijke service.’[/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”50px”][us_message]NNPC Mutual
    Met een periodieke P&I-inspectie voorkomt u schades en oponthoud bij uw werkzaamheden. Mocht u deze nog niet laten uitvoeren: NNPC verzorgt ze kosteloos voor leden met het Mutual-pakket. [/us_message][/vc_column][vc_column width=”1/12″][/vc_column][/vc_row]

  • Zeevaartemissies: IMO klimaatambities voor 2030, 2040 en 2050

    Zeevaartemissies: IMO klimaatambities voor 2030, 2040 en 2050

    Op 7 juli 2023 hebben de leden van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) overeenstemming bereikt over een nieuwe strategie om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Tijdens de klimaattop van de Marine Environment Protection Committee (MEPC 80) is als doelstelling gesteld om de scheepvaart rond 2050 volledig emissievrij te maken.

    De nieuwe strategie heeft vergaande gevolgen voor de verplichtingen van de gehele scheepvaart om de ecologische voetdruk te reduceren. Het is een verzwaring ten opzichte van voorgaande afspraken waarin het doel was om de uitstoot met 50% te verminderen. Ten aanzien van de nieuwe doelstelling is ook een traject afgesproken om de uitstoot in 2030 met minimaal 20% – 30% en in 2040 met minimaal 70% – 80% te verminderen ten opzichte van het niveau van 2008. Het akkoord gaat uit van tenminste 5% – 10% vermindering in 2030 door implementatie van technologieën en gebruik van nieuwe brandstoffen. De Europese Unie zal samen met de IMO werken aan maatregelen die vanaf 2025 moeten worden genomen om deze doelen te behalen.

    Voor een gedetailleerd overzicht van de nieuwe strategie verwijzen wij onze leden naar de website van de IMO.

    https://www.imo.org/en/MediaCentre/PressBriefings/pages/Revised-GHG-reduction-strategy-for-global-shipping-adopted-.aspx

  • K&R verzekeringsupdate

    K&R verzekeringsupdate

    Onlangs heeft de NNPC haar K&R verzekering, waarvan de standaarddekking gratis is voor onze leden, weer verlengd en dit leek ons dan ook een uitgelezen moment om deze verzekering nogmaals onder de aandacht te brengen. De door de NNPC afgesloten verzekering heeft, naast de standaard gedekte evenementen, zoals kidnapping, kaping, afpersing of cyber aanvallen, ook de mogelijkheid om tijdverlet in te sluiten bij een kaping. In principe is de dekking wereldwijd, er zijn echter een aantal uitzonderingen, de zogenoemde “Areas of Perceived Enhanced Risk” beter bekend als JWLA.

    Aangezien de JWLA regelmatig aan verandering onderhevig is, is het goed om te weten dat zodra er een update heeft plaatsgevonden deze na zeven dagen ook geïmplementeerd wordt in de verzekering. Alhoewel nieuwe toevoegingen aan de JWLA meestal geen verrassing zullen zijn, zoals onder andere Rusland, de Zee van Azov en delen van de Zwarte zee afgelopen jaar en Sudan dit jaar, blijft het van belang om de updates goed in de gaten te houden.

    Voor veel van de op de JWLA genoemde gebieden is piraterij geen (groot) risico. Voor die gebieden is het dan ook voldoende om alleen te melden dat een bij ons verzekerd schip dat gebied zal doorkruisen. Er zijn echter ook gebieden waarbij het Kidnap & Ransom risico wel hoger ligt, zoals de Golf van Guinea en de Golf van Aden/Indische Oceaan. Deze gebieden zijn uitgesloten van onze standaard dekking maar kunnen, tegen een additionele premie en andere voorwaarden weer ingesloten worden. Hiervoor kan contact opgenomen worden met onze Underwriting afdeling. Er zijn echter ook een aantal gebieden die niet ingesloten kunnen worden, dit zijn:

    • Gebieden binnen 100 nautische mijlen van de Socotra-archipel;
    • Gebieden binnen 40 nautische mijlen van het Noorden van Somalië;
    • Gebieden binnen 250 nautische mijlen ten Oosten van Somalië.

    Mocht u hier vragen over hebben dan kunt u contact opnemen met de afdeling Underwriting.

  • Wijzigingen verzekerde risico’s klasse 2 (FD&D)

    [vc_row][vc_column width=”1/6″][/vc_column][vc_column width=”2/3″][vc_column_text]De raad van bestuur heeft besloten om conform Artikel 14.2 van de Statuten per direct een aanvullende clausule op te nemen in de Verzekerde Risico’s Klasse 2, als volgt:[/vc_column_text][/vc_column][vc_column width=”1/6″][/vc_column][/vc_row][vc_row height=”auto”][vc_column width=”1/6″][/vc_column][vc_column width=”2/3″][vc_column_text]

    Verzekerde Risico’s Klasse 2, Artikel 2.5

    Het lid is verzekerd voor rechtsbijstand bij vorderingen of geschillen die voortvloeien uit de koop of verkoop van een schip, tot een maximum van Euro 100.000,- per contract en een eigen risico van Euro 5.000,-, met dien verstande dat voor elk evenement met betrekking tot:

    • a. de koop van een schip, van dekking is uitgesloten alle disputen of vorderingen die zijn ontstaan voor overdracht van het schip aan het lid, tenzij dekking is verleend vanaf de datum van het relevante contract dat vooraf is goedgekeurd door de Maatschappij tegen eventuele aanvullende voorwaarden; en
    • b. de verkoop van een schip, dekking pas wordt verleend nadat het schip voor minimaal één volledig polisjaar bij de Maatschappij verzekerd is geweest.

    [/vc_column_text][us_separator size=”custom” height=”20px”][/vc_column][vc_column width=”1/6″][/vc_column][/vc_row]